The lost world van William Dalrymple (deel 2)

William Dalrymple
The Guardian, Saturday 8 December 2007

Toch realiseerden zich sommige, eind jaren 30,
dat de wereld van de Nizam niet kon blijven bestaan.
Zo zegt Iris Portal, de zuster van de Britse politicus Rab Butler,
“Hij was zo gek als een deur en zijn eerste vrouw was geschift.”
Iris Portal werkte in Hyderabad voor de onafhankelijkheid van India:
“Het was als leven in Frankrijk op de vooravond voor de revolutie.
Al de macht was in handen van de Moslim adel.
Ze gaven geld uit als water, en waren verschrikkelijk
onverantwoordelijke, landeigenaren.
Maar konden tegelijkertijd ook charmant en geraffineerd zijn.
Ze spraken over jachtpartijen en over hun trips naar Engeland,
of naar Cannes en Parijs, terwijl op allerlei gebied
Hyderabad nog met een been in de Middeleeuwen stond
en de dorpen die we passeerden verschrikkelijk arm waren.
Het gevoel dat deze hele groteske barokstructuur
elk moment in elkaar kon zaken, was onvermijdelijk.”

Portal raakte bevriend met Prinses Niloufer,
de schoondochter van de Nizam en het nichtje van de kalief.
Op een dag nam de prinses haar mee om naar een van de schatten
van de Nizam te gaan kijken, een schat verborgen in een van de paleizen.
Ze daalden af via trappen, langs Bedouin wachtposten
en kwamen zo bij een enorme ondergrondse kluis,
die vol stond met trucks en aanhangwagens.
De vrachtwagens waren verwaarloosd
en stonden onder een dikke laag stof,
hun banden leeg, maar toen de vrouwen een dekzeil opzij trokken,
zagen ze dat de wagens vol edelstenen, parels en gouden munten zaten.
De Nizam had plannen gemaakt om in geval van een revolutie
of een overname door India, een deel van zijn rijkdom
in veiligheid te kunnen brengen buiten India.
Om een of andere reden had hij dat idee laten varen
en de auto’s stonden weg te roesten.

Het uiteenvallen van de staat en de versnippering
van de rijkdom van de Nizam, de zevende in de dynastieke stamboom,
is een van de meest dramatische wendingen
van het lot in de twintigste eeuw.
Na maanden van mislukte onderhandelingen, viel India in 1948
Hyderabad binnen en verving het autoritaire regime van de Nizam
door een parlementaire democratie.
Zesentwintig jaar later, in 1974, schaft India de titel van Nizam af,
alsook die van de andere prinsen in India,
stopten hun staatspensioenen en onderwierp hen aan nieuwe belastingen
en verlammende landwetten.
Hierdoor gedwongen moesten de meeste voormalige staatshoofden
en hun adel, al hun land en andere bezittingen verkopen.

Toen in 1967 de zevende Nizam overleed,
raakte zijn kleinzoon en opvolger Mukarram Jah,
snel diep in de schulden en financiële chaos.
Hij had een erfenis met een belachelijk aantal bedienden:
14.718 stafmedewerkers om precies te zijn
en daarnaast 42 concubines en meer dan 100 kinderen.
Alleen het belangrijkste paleis, het Chowmahalla,
had al 6000 werknemers.
Er waren 3000 Arabische lijfwachten, 28 mensen wiens werk het was
drinkwater te halen en 38 om de kroonluchters af te stoffen.
Zo waren er ook mensen die er voor moesten zorgen dat de walnoten
voor de Nizam werden gemalen.
Alles was ongeregeld geraakt: de garages van de Nizam kostten
alleen al 45.000 Pond aan benzine en reserveonderdelen
voor de 60 auto’s waarvan er slechts 4 werkelijk konden rijden.
De limousine die de Nizam naar zijn kroning moest brengen kreeg onderweg pech.

Het meest slopend waren alle juridische stappen die ondernomen werden
door de duizenden afstammelingen van de verschillende Nizams.
De meeste claimden een deel van de erfenis.
De vader van Jah die werd overgeslagen in het testament van de zevende Nizam,
en een tante leidden de juridische strijd tegen hem.
Het was haast onmogelijk voor de nieuwe Nizam om geld
voor zijn eigen onderhoud vrij te krijgen.
Het enorme fortuin zat vast in 54 fondsen waarvan de controle
werd aangevochten.
Er zat niets anders op dan constant juwelen en erfstukken
te verkopen om rond te komen.

Advertenties