Yo-Yo Ma en Lil Buck

Yo-Yo Ma is de beroemde cellist die met veel gevoel voor mensen
en de muziek, graag optreedt met diverse andere muzikanten of kunstenaars.
Hier is hij te zien met een danser: Lil Buck.
Nooit van gehoord maar hij is van elastiek!



Ik toon niet graag filmpjes van Youtube.
De vervelende reclame kun je niet omzeilen
en je bent er nooit zeker van wanneer het filmpje zal verdwijnen.
Maar deze keer had ik geen keus.

Intertextuality, Intertextualiteit

Terwijl ik de afgelopen weken op zoek was naar informatie
over Umberto Eco, stuitte ik op de website www.umbertoeco.com
Op deze site stonden een aantal verwijzingen naar een universitaire site
in de Verenigde Staten.
Daar zou informatie staan afkomstig van of behorende bij
een serie Engelse lessen.
De sites zijn er niet meer maar de maker ervan is bezig een boek
te schrijven waarin een aantal hoofdstukken voorkomen
die te maken hebben met Umberto Eco en ‘De naam van de roos’
Het boek gaat over “Postmodern Medievalism” en Earl R. Anderson,
Professor Emeritus of English, heeft een draft versie daarvan gereed.
De hoofdstukken die betrekking hebben op Eco heten:
Semiotics,
Intertextuality, en
Apocalypse

Volkomen willekeurig ben ik begonnen aan het hoofdstuk over Intertextualiteit.
Erg insteressant.

Ook ben ik op zoek gegaan naar mijn kopie van ‘De naam van de roos’
en vond toen ook ‘De slinger van Foucault’ nog.
Dat laatse boek heb ik zeker niet helemaal gelezen.
Er is dus nog veel te doen.










Syllabus literaire begrippen door Jan de Jong, 2006

Intertextualiteit
het verschijnsel dat teksten op elkaar reageren, hetzij door (inhoudelijke) verwijzingen, hetzij door sterke vormovereenkomsten. Het verschijnsel is van alle tijden. De middeleeuwse Reinaert, bijvoorbeeld, reageert naar vorm sterk op Karel ende Elegast, en naar inhoud op de hoofse Arturromans. De twintigste-eeuwse roman Wapenbroeders (L.P. Boon) verwijst weer sterk naar de Middelnederlandse Reinaert xc3xa9n naar de Oudfranse Roman de Renart.



Paardebloem en Liesbos

Het weer is al dagen, weken, prachtig.
Gisteren (Tweede Paasdag) tijdens een korte wandeling
in het buitengebied van Breda
een paar foto’s gemaakt.





De Paardebloemen (Taraxacum officinale) staan in bloei. De pluizen, nog aan de steel, leveren prachtige plaatjes op


















Het Liesbos in Breda.





Grote Kerk Breda: Leest als een boek

Gisteren was ik in de Grote Kerk van Breda.
Er was en is een soort verkooptentoonstelling van drie dagen.
Maar dat was slechts de aanleiding voor het bezoek.
De kerk is prachtig en zeker bij mooi weer net als gisteren.
De zon door de ramen benaderukt iedere keer
nieuwe aspecten van dit prachtig voorbeeld van Brabantse Gotiek.
Twee zaken sprongen het meest in het oog:
de koorbanken en een muurschildering.
Vooral de koorbanken lieten zich vandaag
op een bijzondere manier lezen.



We gaan eens rondkijken.


Zeefdruk van Ton Schulten, Herfst II, 1998.


Een Corneille doet het altijd goed.


De Grote Kerk in Breda is van rond 1410. Dat is kort voor de geboorte van Jheronimus Bosch en bijvoorbeeld Breughel. Van wanneer deze schildering dateerd weet ik niet maar enige inspiratie vanuit deze beroemde schilders kan je niet ontgaan. dit mannetje maakt onderdeel uit van een grote muurschildering van de Heilige Christoffel met het Christuskind op zijn schouders.


Ook deze aap die op z’n kop is afgebeeld is er een deel van.





Dit is de hele muurschildering van de Heilige Christoffel met het Christuskind op zijn schouder.


 

Wikipedia

Sint-Christoffel
Zijn naamdag is 24 juli (voor het Tweede Vaticaans Concilie viel zijn naamdag op 25 juli, omdat dat ook de gedachtenis van Jacobus is, werd Sint-Christoffel een dag verplaatst). In de Orthodoxe Kerk valt zijn feestdag op 9 mei.

Sint-Christoffel is de patroonheilige van de reizigers, alle verkeersdeelnemers, timmerlieden, schilders, pelgrims, fruithandelaren, boekbinders, schatgravers, hakebusschutters, hoedenmakers, tuinmannen en kinderen en patroon tegen besmettelijke ziekten, onverwachte dood, de pest, droogte, onweer, hagel, watersnood, vuurrampen, oogziekten, tandpijn en van de bewoners van de stad Roermond.

 

 


Het hoofd van de heilige, Christus en de wereldbol.


De Grote Kerk in Breda heeft een groot aantal grafzerken en grafmonumenten. Dit is het grafmonument voor Dirk van Assenelft en zijn vrouw Adriana van Nassau. Het bestaat uit meerdere delen. Hier knielen de overledenen voor een achtergrond die helaas vernield is maar die lijkt op het ‘Laatste oordeel’.



Dit is een tweede deel van het grafmonument van Van Assenelft.



Gerti Bierenbroodspot.


Gerti Bierenbroodspot.


Maar je hoeft je niet te haasten. Er is voldoende voorraad.


Muurschildering met veestapel.



De koorbanken zijn heel mooi.
De mooi gesneden versieringen van de bankjes zijn echter
zwaar beschadigd bij de Beeldenstorm.
Opzij van de banken, aan de kant van waar vroeger het hoofdaltaar
heeft gestaan, is het snijwerk als kapitalen (hoofdletters)
in een Middeleeuws boek.


Uit hout gesneden kapitaal.


Detail: harpspelende engel.


Detail: musicerende engel.


Zelfde foto: als hulp is een vleugel, de plaats waar het hoofd zat en het snaarinstrument benadrukt.


Detail: voorlezende engel.


Nog een kapitaal en dan is het boek bijna uit.


Dit is nog maar de achterkant. Prachtig in het zonlicht. De achterkant van het grafmonument van Engelbrecht I van Nassau.



 

Kunstvaria

De kunstvaria is deze week niet zo lang als anders.
Minder aanbod of misschien ben ik er wat sneller doorheen gegaan.
Toch weer een mooie collectie vind ik zelf.





Berlinde de Bruyckere, Inside me II, 2011, wax, epoxy wood, rope, cloth, wool, iron.



Berlinde de Bruyckere, Inside me II (detail), 2011.


Het werk van de Bruyckere is altijd indrukwekkend.
Als ik het zie ervaar ik altijd een combinatie van afkeer en fascinatie.
Afkeer omdat het beelden oproept van dood, verderf, mishandeling.
Fascinatie omdat het nieuwsgierig maakt. De vormen zijn deels herkenbaar
maar om het echt te kennen moet je dichterbij gaan.
Beter onderzoeken maar tegelijk is er die afstoting.





Chema Madoz, Sans Titre, 2006.






Chu Teh-Chun, Inspiration hivernale, Diptych.






Daphne Odjig, Genocide No 1, 1971.






David Heathcote, Algerian journey, 2006, oil on board.






Kyu Seok Oh, Counting sheep, 2011, heavy paper.






Pang Xunqin, Dancing horse, 1939, watercolour on paper.






Paul Gauguin, Teha’amana has many parents, 1893, oil on canvas.






Sepia enamelled plaque, early-mid 20th century, China, porcelain.


Fantastisch mooi Chinees landschap.
De mist hangt zo fijntjes tegen de helling.
In het midden een klein figuur die door de bergen trekt.
Ooit las ik van Rudy Kousbroek het boek ‘Het raadsel der herkenning’.
Kousbroek schreef een serie essays, elk op basis van een foto.
Volgens mij is dit een uitstekend voorwerp
om hetzelfde mee te doen.





Surasi Kusolwong, Emotional machine (VW), 2000 – 2004.






Wucai coral-ground bowl with blue Kangxi Yuzhi four – character mark.





Pat Metheny: Orchestrion

De Matthaus-Passion was niet de eerste muziek die ik vandaag beluisterde.
Vanochtend vroeg ben ik de dag begonnen, nog in bed,
met Orchestrion, de meest recente CD van Pat Metheny.
En zoals gebruikelijk haalt hij echt alles uit de kast.





Orchestrion van Pat Metheny.





Blijkbaar is Metheny al jaren bezig apparaten en de aansturing ervan
te laten ontwikkelen die hem in staat stellen om een soort
muziekomgeving te construeren.
Daaroverheen speelt hij dan zijn gitaarmuziek.
Dus al die instrumenten die we op de foto zien speelt Metheny.
En omdat hij dat allemaal alleen ‘bespeelt’ zag ik al iemand
spreken over ‘Koperen Ko’.
Begrijpelijk maar Metheny spreekt zelf over een andere methode.
Hij verwijst naar de pianolo. Een piano die automatisch de toesten
van het klavier beweegt als gevolg van muziek die middels gaatjes
in karton of papier is vastgelegd.
En doe je dat met meerdere instrumenten dan denk je al snel aan
een draaiorgel of een dansorgel.
Wij in het zuiden zijn heel vertrouwd met het ‘Decap-orgel’.





Muziekboek van een Decap-orgel (Punch card of a Decap dancing orgel, Technical Museum in Speyer, Germany).





Hoe dan ook, ‘Koperen Ko’ of ‘eenmans-Decaporgel’,
Metheny spreekt zelf over de pianola of
‘player piano’ zoals dat in het Engels heet:





In dit project probeer ik ideexc3xabn van de late 19e eeuw/begin 20ste eeuw, te combineren met de technologie van vandaag. Orchestrionics noem ik het en daaronder versta ik de methode om ensemblegerichte muziek te kunnen maken met akoestische en akoestisch/elektrische instrumenten die op verschillende mechanische manieren worden aangestuurd. Daarbij worden technologiexc3xabn als solenoids (een technologie om ventielen te openen en sluiten) en pneumatiek gebruikt. Met een gitaar, pen of toetsenbord ben ik in staat een gedetailleerde compositie omgeving te crexc3xabren of spontane improvisaties te ontwikkelen. De stukken op deze CD neigen naar de kant van de gedetailleerde composities. Op deze lagen van akoestisch geluid voeg ik mijn conventioneel elektrisch gitaarspel toe als het improvisatiedeel.





Het resultaat is overigens indrukwekkend.
Net als altijd prachtige muziek die even duurt
voordat je er vertrouwd mee bent.
Dat betekent dat in het begin je iedere keer weer nieuwe zaken ontdekt.
Ik moet nog een paar keer luisteren.

Wikipedia

Pianola
Een pianola is een speelautomaat waarmee pianomuziek ten gehore kan worden gebracht. Het begrip was oorspronkelijk een merknaam, maar wordt tegenwoordig als soortnaam gebruikt.

Geschiedenis
De eerste pianola werd in 1895 gebouwd door de Amerikaan Edwin Votey. Vanaf 1897 waren pianola’s in de Verenigde Staten te koop, onder het merk Pianola geproduceerd door de Aeolian Company. In Europa verschenen ze twee jaar later. Pianola was een merknaam van de “Aeolian Company”, In de Verenigde Staten heette ze officieel “player pianos”. In Nederland werden ze “kunstspelpiano” genoemd, later is de merknaam Pianola een verzamelnaam geworden voor alle automatisch spelende piano’s.

De bloeitijd van de pianola lag in de jaren twintig van de 20e eeuw. Het apparaat raakte in onbruik doordat muziek via radio of een elektrische grammofoon ten gehore kon worden gebracht. De afgelopen tien jaar zijn verschillende oude pianorollen op een gerestaureerde reproductiepiano afgespeeld en op cd opgenomen. Vooral de opnamen waarin componisten hun eigen werk speelden vormen fascinerende documenten.
Techniek
De pianola werkt met een pneumatisch systeem, waarbij de benodigde onderdruk wordt opgewekt met twee voetpedalen. De muziek is opgeslagen in de vorm van verwisselbare papierrollen met gaatjes, volgens hetzelfde principe als de boeken van een draaiorgel. Een gaatje in de papierrol maakt dat het bijbehorende balgje wordt leeggezogen. Het dichtklappen van dat balgje brengt een hamer in beweging, die tegen de corresponderende snaren van de piano slaat. Op sommige pianola’s kunnen de dynamiek en het tempo van de muziek tijdens het afspelen nog worden bexc3xafnvloed. Op de rol loopt een stippellijn, die gevolgd moet worden met de hendel, die gekoppeld is met het rechter pedaal (de snarendemper).

Pianola’s waren aanvankelijk apparaten die voor een piano of vleugel werden geplaatst, zodat ze de toetsen konden indrukken. Rond 1905 werden de pianospeelapparaten in een piano of vleugel ingebouwd. De fabrikanten wisten de techniek tot zeer grote perfectie te ontwikkelen. Vanaf 1905 kwamen ook instrumenten op de markt die een vastgelegde uitvoering van een pianist geheel automatisch konden naspelen, inclusief rubato, volumeverschillen, en het gebruik van de pedalen. Deze vorm van de pianola wordt reproductiepiano genoemd. De eerste pianola’s van dit type werden gebouwd door het Duitse bedrijf Welte, dat ook een apparaat ontwikkelde waarmee het spel van een pianist kon worden vastgelegd op een papierrol, die vervolgens kon worden vermenigvuldigd. Twee andere pianolafabrikanten die haast vanzelfsprekend weer een iets ander systeem hanteerden, waren Ampico en Duo-Art (Aeolian).

Nederland
Nederland kende vanaf 1923 een eigen pianolarollenfabriek: Hollandia in Amsterdam. In 1928 brandde de fabriek aan de Lijnbaansgracht uit. Het bedrijf werd onder de naam Euterpe voortgezet door een werknemer van Hollandia, die zich vestigde aan de Prinsengracht. Dit pand staat tegenwoordig bekend als het Anne Frank Huis. Vlakbij is het Pianola Museum gevestigd. Ook het Utrechtse museum Van Speelklok tot Pierement bezit een verzameling historische pianorollen die regelmatig te beluisteren zijn.

Muzikanten
Van veel belangrijke pianisten uit het begin van de twintigste eeuw, zoals Sergej Rachmaninov en Josef Lhxc3xa9vinne, is het spel vastgelegd op papierrollen. Daarnaast zijn speciaal voor de pianola composities geschreven, onder meer door Stravinsky, en na de Tweede Wereldoorlog door Conlon Nancarrow. Zo kon een nieuw soort pianomuziek ten gehore worden gebracht, onafhankelijk van de fysieke beperkingen van mensen.