Noorwegen 17

“Trol chic”-deel II.
Na het Openluchtmuseum ben ik terug naar het busstation gegaan
en onderweg zag ik nog de drukte vanwege de voetbalwedstrijd
Duitsland – Engeland (4 – 1) en tijdens het eten werd ik nog
getracteerd op een modeshow “Trol chic”.
Na deze zondagavond ben ik nog drie dagen in Noorwegen,
in Oslo geweest maar heb geen foto’s meer gemaakt.






Duitsland – Engeland , 5 minuten voor het einde (4-1).







Tijdens het eten trok de Trol chic weer aan me voorbij. Overigens schijnt kvef jordkake een traditioneel Noors dessert te zijn. Het smaakte prima.







Misschien snap ik niets van de mode of was er een goochelaarsconventie in de stad.







Niet dat het soms niet erg leuk en verrassend staat.







Onverwacht, charmant.







Leuk toch, die oortjes.







Vervolgens ga ik met de bus terug naar het hotel.







En twee dagen later vloog ik weer terug naar Nederland.






Noorwegen 16

Na al die stoffige musea kon er nog wel een bij.
Op Bygdxc3xb8y, het museum(schier)eiland van Oslo is het Norsk Folkemuseum.
Een openluchtmuseum met een prachtige houten kerk als hoogtepunt.






Vanaf het stadhuis gaat een ferryboot naar Bygdxc3xb8y.







De kaartjes voor heen en terug.







Toegangskaartje voor het museum. Het was warm die dag. De zon scheen fel in de middag en het was druk. Maar in een openluchtmuseum merk je dat al snel niet meer. Bovendien ging ik om tien over vier naar binnen. De meeste mensen hielden het toen al voor gezien.







De rekening.







Een schoolgebouw uit Natas (Natxc3xa5s), Lindas (Lindxc3xa5s), Hordaland, 1866.







Het interieur van het schooltje.







Het begrip ‘Staafkerk’ was bij onbekend. Maar een dergelijke houten kerk had ik eerder gezien in Rusland: de zogenaamde Kizji Pogost in de buurt van de Karelische hoofdstad Petrozavodsk.







Deze kerk stond oorspronkelijk in Gol, Hallingdal en dateert uit xc3xb8ngeveer 1200.














Dakversiering.














Schildering achter het altaar.







De evangelist Lucas.







Omgang. De kerkruimte heeft nog een xc3xb8mgang binnen het gebouw. Extra ruimte voor als het erg druk is.







De balken en het houtsnijwerk aan de binnenkant.














Houtsnijwerk.







De xc3xb8mgang.







Houtsnijwerk boven de deur.







Hier is de xc3xb8mgang goed te zien.







Prachtige gevel.





















Dakversiering.


Eigenlijk is dit een vorm van conceptuele kunst.
Je ziet hier een kerk, een houten kerk, die stamt uit ongeveer 1200.
Hout overleeft niet zomaar 8 eeuwen.
In de loop van de tijd is hier heel wat vervangen en veranderd.
De wandschilderingen dateren denk ik niet uit de Middeleeuwen.
We zien hier dus veel meer het ontwerp, de intentie, het concept
van de bedenker en de gebruikers dan iets anders.





Een schuur, Telemark, 1750 -1760.







Houtsnijwerk aan de deur en de deurposten.

















Groep houten bxc3xb8erderijen.







Huis.







Groep huizen, sommige met gras als dakbedekking. Rechts anti-sneeuw dakbedekking?.







Schuren. Lijken erg veel op oude Zwitserse schuren.







Dit huis was hier al eerder te zien. Bxc3xb8ederij, Gulsvik, Hallingdal, circa 1750.







Met dit gebouwtje van veel recentere datum wordt het stedel
ijk gebied aangekondigd: een benzinestation.








Een straatje







Een bakstenen gebouw.







Een bank met links de deuren van het koetshuis.







Een kruidenier of melkbxc3xb8er.







Een woonhuis, leuke kleuren.
















China reisverslag / travelogue 46

Het probleem is dat ik al veel te lang aan het rondlopen was
in de Verboden Stad in Beijing.
Ik was nu erg moe. Te moe.
Het is er ook zo enorm groot.
Er is zo veel te zien, zo veel verschillende dingen.
In deze blog een reeks Schatten.
Want hier zie je voorwerpen uit de Treasure Gallery,
zeg maar de schatkamer van de Forbidden City.





Detail van een erg rijk versierd kistje.







Haarpin, Qing Dynastie, 1644 – 1911.


Aan een dergelijke tijdsaanduiding (1644 – 1911) heb je niet veel.
Jammer genoeg hebben heel veel voorwerpen deze aanduiding.
Maar de voorwerpen zijn er niet minder mooi om.


Detail van de haarpin.







Zilveren kwasten met parels, Qing Dynastie.


De vertaling kwasten is de directe vertaling uit het Engels.
Vind ik zelf niet zo van toepassing op dit voorwerp.
Maar wat het precies is weet ik niet.
Misschien is het een hoedpin.


Double Happiness met parels (‘double happines’ is een begrip in het Chinees. Het staat voor geluk. De rode ‘steentjes’ zijn de twee Chinese karakters die dit begrip vormen.







Phoenix-kroon van keizerin Xiaoduan, 1573 – 1620.



Een ‘officiele’ foto van het voorwerp.






Phoenix helemaal bovenop de kroon. Je ziet de kop rechts met een snoer met stenen hangend uit de bek. Helaas is dit de achterzijde van de versiering.







Versiering van een keizerlijk hoofddeksel.



Deze afbeelding laat zien hoe het voorwerp op de vorige foto de hofhoed van de keizer versierde.







Hofhoed met marterbont en parels, Marten court hat.



Een ‘officiele’ foto van het voorwerp.



Details met parels.







Gouden broche.







Ik mag weer even naar buiten.





China reisverslag / travelogue 45

Na de Nine Dragon Screen Wall komt dan een nieuw
hoogtepunt van de dag in de Verboden Stad: de Treasure Gallery.
Letterlijk de schatkamers van de Verboden Stad.
Net zoals alle andere zaken in deze stad
is het van een enorme omvang.
Om daar een idee van te geven begin ik met de plattegrond
van dat deel van de stad, het noord-oostelijke deel
van de stad, waar al de gebouwen liggen die samen
de schatkamer vormen.


Onder aan de zuidkant is de Nine dragon screen wall. Vervolgens poorten en hoven voor je bij de schatkamers komt. Paleizen, hallen, een tuin en zelfs een operapodium.Op de kaart zie je drie kleine fotootjes. Die zul je in wat groter formaat ook in deze log zien. Als je de drie foto’s gepaseerd bent heb je ongeveer de helft van de oppervlakte van de Treasure Gallery achter je. Dan begint het grote werk.


In deze log koop ik al wel het kaartje,
ga ik ook al wel naar binnen,
maar kom ik nog niet aan de schatten toe.
Dat volgt in de volgende logs.


Het kaartje, het is dan al half drie in de middag.


Ning Shou Quan Gong(Complete palace of peace and longevity)

Originally, Ning Shou Quan Gong (Complete palace of peace and longevity) included Ren Shou Gong (Palace of Benevolence and longevity), Hui Luan Gong (Hall of Chirping Phoenixes) and Jie Feng Palace (Hall of Phoenixes), where empress dowagers and imperial concubines lived in the Ming Dynasty. In the Kangxi reign period of the Qing Dynasty, it was renamed Ning Shou Gong (Palace for Peace and Longevity), and also served as the residence for empress dowagers and imperial concubines. In 1776 (the 41st year of the Qianlong reign period), the palace was rebuilt into a residential area for Emperor Qianlong after he abdicated. The layout of the whole palace is an imitation of the Forbidden City with a central axis, and front and rear parts. The buildings in the front part include Nine Dragon Screen, Huang Ji Men (Gate of the norms of government), Ning Shou Men (Gate of Peace and Longevity), Huang Ji Dian (Hall of the norms of Government) and Ning Shou Gong (Palace of Peace and Longevity). The rear part consists of three routes. Along the central route, there is Yang Xing Dian (Hall of Moral Cultivation), Le Shou Tang (Hall of Joyful Longevity), Yi he Xuan (Hall of Harmony), and Jing Qi Ge (Pavilion of Prospective Happiness). Yue Shi Lou (Pavilion for Reading) and Chang Yin Ge (Pavilion of Cheerful Melodies) are on the eastern route. On the western route is Ning Shou Gong Hua Yuan (garden of the palace of peace and longevity), or Qianlong garden. The names of all the buildings in this area express wishes for longevity, peace and harmony, such as Le Shou Tang (Hall of Joyful Longevity) and Yi He Xuan (Hall of harmony). After Emperor Qianlong abdicated in favour of his son, Emperor Jiaqing, he remained in Yang Xin Dian (Hall of Moral Cultivation) until his death, and never resided in Ning Shou Gong (Palace of Peace and Longevity). Banquets were held at this palace on the birthdays of the emperor and empress dowager. On his 80th birthday, Emperor Qianlong held a banquet to entertain 1000 old men here. In late Qing Dynasty, Empress Dowager Ci Xi once lived here.

Ning Shou Quan Gong
(Het complete complex van het paleis van vrede en een lange levensduur )

Dit paleizencomplex herbergt de schatkamer van de Verboden Stad en bestaat uit een grote groep gebouwen. In sommige van deze gebouwen woonden keizers, keizerin-weduwes en de keizerlijke concubines. In 1776 is het herbouwd om geschikt te maken als residentie van de afgetreden keizer Qianlong.
De plattegrond van het complex is een verwijzing naar de Verboden Stad: een centrale as, voorhoven en bijvoorbeeld een tuin. Alle gebouwen hebben een naam die naar vrede of een lang leven verwijzen. Een van de paleizen Ning Shou Gong werd bijvoorbeeld gebruikt voor het houden van grote banketten. Zo werd ter gelegenheid van de tachtigste verjaardag van de inmiddels afgetreden keizer Qianlong een banket gehouden waarop 1000 oude mannen waren uitgenodigd.


De toegangspoort: the Gate of Imperial Supremacy.


Plein met een volgend toegangsgebouw: the Gate of Tranquil Longevity.


Regenwater afvoer.


Tegeltableau van the Gate of Tranquil Longevity.


Detail.


Detail.


De bewaker.


The Hall of Imperial Supremacy.


 

Albert Kahn

Albert Kahn was een bankier.
Hij woonde op het toppunt van zijn rijkdom in Parijs.
En rijk was hij.
Hij heeft een project in gang gezet om een fotoverzameling
aan te leggen met kleurenfoto’s van monumenten, mensen en landschappen
van over de hele wereld.
Zijn project speelde zich af begin 1900: zeg maar 1909 – 1931.
Ik heb een paar van de kleurenfoto’s gevonden op het web
en drie ervan laat ik hier zien.
Helaas zijn plaatsen, persoonsnamen en datums bij mij onbekend.

Een uit Nederland, een typisch Hollands echtpaar.
De foto zou zo in Volendam of Marken gemaakt kunnen zijn.

Een uit India.
Een prachtige Taj Mahal in Agra.

Een fantastische foto uit Italie.
Plaats bij mij onbekend.


Albert Kahn, Nederland.


Albert Kahn, India, Agra, Taj Mahal.


Albert Kahn, Italie.


Wikipedia

Albert Kahn was a banker and French philanthropist. He was born Abraham Kahn at Marmoutier, Bas-Rhin, France on 3 March 1860, into a Jewish family, one of 5 children of his parents, Louis and Babette Kahn. He died at Boulogne-Billancourt, Hauts-de-Seine, France on 14 November 1940,

In 1879 Kahn became a bank clerk in Paris, but studied for a degree in the evenings. His tutor was Henri Bergson, who remained his friend all his life. He graduated in 1881 and continued to mix in intellectual circles, making friends with Auguste Rodin and Mathurin Mxc3xa9heut. In 1892 Kahn became a principal associate of the Goudchaux Bank, which was regarded as one of most important financial houses of Europe.

In 1893 Kahn acquired a large property in Boulogne-Billancourt, where he established a unique garden containing a variety of garden styles including English, Japanese, a rose garden and a conifer wood. This became a meeting place for French and European intelligentsia until the 1930s when due to the Wall Street Crash of 1929, Kahn became bankrupt. At that time the garden was turned into a public park in which Kahn would still take walks. Kahn died during the Nazi occupation of France.

In 1909 Kahn travelled with his chauffeur and photographer, Alfred Dutertre to Japan on business and returned with many photographs of the journey. This prompted him to begin a project collecting a photographic record of the entire Earth. He appointed Jean Brunhes as the project director, and sent photographers to every continent to record images of the planet using the first colour photography, autochrome plates, and early cinematography. Between 1909 and 1931 they collected 72,000 colour photographs and 183,000 meters of film. These form a unique historical record of 50 countries, known as “The Archives of the Planet”.

 

Noorwegen 13: Edvard Munch

27/06/2010

Om 09:00 uur komer er nog steeds fietsers voorbij.
Al worden de aantallen wel kleiner ten opzichte van gisteravond.
De bus gaat pas rond 09:30 uur.
Het weer ziet er veelbelovend uit al is de wind ook hier koud.





Buskaartje naar Oslo.






Vanochtend was het heel druk aan het ontbijt.
Het Leger des Heils heeft hier een uitje
of een vergadering georganiseerd dit weekend.

In Oslo, zeker bij het station,
zie ik erg veel bedelaars, dealers en hun klanten en ‘Roma’.
Geen fijn aangezicht.





Twee metrokaartjes, enkele reis.





10:20 uur
Een dubbele espresso en een Napoleon (tompouce of tompoes)
bij het Munch Museet.
(Op Wikipedia is een hele verhandeling te vinden
over de Nederlandse herkomst van het gebak, de naam
en de verspreiding van het gebakje over de hele wereld.)





Hier in Cafe Edvard Munch dronk ik de koffie.





Net als gisteren begon de dag stralend
maar komen nu de wolken.
Tegen de middag verdwenen de meeste van hen.
Althans dat was gisteren het geval.
Hopelijk vandaag weer al wordt het een museumdag.
Dus het weer doet er niet alles toe.





Munch Museet.





Het Munch Museet ligt niet op loopafstand
van bijvoorbeeld het station.
Maar met de metro ben je er zo.
Mooi kan ik het gebouw niet echt vinden.
Het museumgebouw en de omgeving: beetje Bijlmer-stijl.

Je ziet hier nog wel veel mussen.
Je weet wel, die grijs-bruine, brutale vogeltjes.





Niet vies van een Napoleon.



























In de volgende blog over Noorwegen volgen al die kunstwerken.

Noorwegen 11

Ik ben geen kenner van de laatste modeen waarschijnlijk keek ik daarom zo op vande stijl die ik “Trol chic” ben gaan noemen.Natuurlijk heb ik wat foto’s gemaakt.Dat lukte prima vanaf een klein verhoog waar ik zat te eten.Volgens mij was er een vrijgezellenfeestwant er stond een groep jonge vrouwen in de winkelstraatdie gezamelijk een dans uitvoerden, het leek wel Indiaas.En de Indiaase toeristen die aan de overkant op de stoep zatenviel het ook op.Trol chic dus.


De vrijgezelle dames.


De Indiaase toeristen.


Trol chic I.


Trol chic II.


Trol chic III.


Noorwegen 09: Vikingschepen

Toen ik wist dat ik een weekend in Oslo kon blijven,
heb ik opgezocht wat daar zoals te zien is.
Ik heb toen besloten in ieder geval de twee dingen te bezoeken
die uniek zijn: de vikingschepen en het Munch museum.


Kaft van het boekje ‘The Viking ships in Oslo’ van Thorleif Sjovold.


Jarenlang was de kennis over vikingschepen bepaald door
afbeeldingen zoals op het tapijt van Bayeux,
afbeeldingen op grafstenen enz.
In 1867 werd in een grafheuvel een vikingschip gevonden: het Tuneschip.
In 1880 werd het Gokstadschip gevonden en in 1904 het Osebergschip.
Lange tijd zijn dit de enige drie Vikingschepen geweest waarvan we
tastbare vondsten hadden waaruit de bouw en de grootte
van de schepen feitelijk konden worden bepaald.
In Oslo is hier een apart museum voor gebouwd: het Vikingskipshuset.
Meer recent (1962) zijn vijf vikingschepen gevonden
in de buurt van Roskilde in Denemarken.
Ze zijn in het verleden gebruikt om een blockade op te werpen
tegen andere schepen.In 1970 werd in Tjolling een deel van een Vikingschip gevonden.


De locatie van de vindplaatsten met bovenaan Oslo: Oseberg, Gokstad en Tune.


Kaartje voor het Vikingskipshuset.


De rekening voor het boekje (8 Euro en negen cent).


Het beeld als je het museum inkomt is overweldigend: het Osebergschip.

Deze foto toont links ook een van de de speciale balkons
die in het museum zijn gerealiseerd om mensen ook
een beeld te geven van de binnenkant van de schepen.


Houtsnijwerk aan de boeg van het schip. De boeg zoals afgebeeld op het boekje is een reconstructie. Dat is ook op te maken van de originele foto van de opgravingen die zodadelijk te zien is.


Opbergplaats voor de roeispanen. Ook de gaten voor de roeispanen zijn hier te zien


The Oseberg ship

The Oseberg ship was found in a large burial mound on the Oseberg farm in Vestfold and excavated in 1904. The ship was built sometime between 815xa0- 820 AD but was later used as a grave ship for a woman of high rank who died in 834 AD. The woman had been placed in a wooden burial chamber on the aft deck of the ship.The burial mound was constructed of layers of turf which preserved both the ship, and its rich contents of wooden objects, leather and textiles. The burial mound was plundered by grave robbers in ancient times; probably the reason why no jewellery or gold or silver objects were found in the grave. The finds from the Oseberg ship burial can be seen in the Finds Wing.
The 22 meter long ship was built of oak. The number of oar holes indicate that the ship was rowed by a crew of 30 men. The ship had no seats, and the oarsmen probably sat on their own wooden ships chests. The oars could be drawn in when the square sail was raised. The steering rudder was placed on the right aft side (aft= in het Nederlands achtersteven of spiegel) of the ship – the starboard side. The Oseberg ship is less solidly constructed than the Gokstad ship – only the upper two rows of side planking extend above the water line. It was probably a royal pleasure craft used for short journeys in calm waters.

Nederlandse vertaling (met hier en daar een aanvulling)

Het Osebergschip.
Het Osebergschip is gevonden in een grote grafheuvelop de Oseberg
boerderij in Vestfold
(een provincie niet ver van de hoofdstad Oslo) en opgegraven in 1904.
Dit was voor mij de grootste verrassing.
Ik had niet stilgestaan bij waar de schepen
eigenlijk gevonden zijn.
Maar ze zijn gevonden in grafheuvels.
Bij het overlijden van belangrijke vikingen werd
het lichaam begraven in een grafkamer.
Die grafkamer bestond uit een houten gebouwtje in de vorm van een tent.
Dit gebouwtje werd geplaatst op de achtersteven van een schip.
Het schip, de grafkamer en het lichaam
werden vervolgens met grafgiften ondergebracht in een grafheuvel.
Het schip zelf is gebouwd tussen 815 en 820 na Christus
en werd later gebruikt als begrafenisschip
voor een belangrijke dame die in 834 na Christus stierf.
Het lichaam van de vrouw was geplaatst in een houten grafkamer
op het achterdek van het schip.
De grafheuvel was gemaakt met lagen turf die het schip
en de rijke vondsten van hout, leer en textiel bewaard hebben.
De grafheuvel is eeuwen geleden geplunderd
en daarom zijn er geen juwelen, gouden of zilveren voorwerpen gevonden.
De vondsten van dit schip kunnen bekeken worden in de Afdeling vondsten.
Het museum heeft het ontwerp als dat van een kruiskerk:
vier stenen vleugels.
In drie vleugels staat steeds een van de drie schepen opgesteld.
In de vierde vleugel worden de grafvondsten getoond.
Onderdeel van de grafvondsten zijn drie sleden en een wagen.
Die worden niet genoemd in de tekst van dit bord.
Waarom niet is mij achteraf niet duidelijk.
Leuk om te weten is dat het hele gebouw van steen is.
De architect heeft dit bewust gedaan om het gevaar
van brand zoveel mogelijk te beperken.
Alleen op dak (aan de buitenkant) is hout gebruikt.
De stenen constructie heeft zijn dienst reeds bewezen
want in juni 1975 raakte het dak boven het Gokstadship in brand.
Uiteindelijk heeft dit geen gevolgen gehad voor de schepen.
De bouw van het museum heeft heel wat jaren geduurd.
Het ontwerp was gereed in 1913.
De eerste stenen vleugel (voor het Osebergschip) was gereed in 1926.
De volgende twee vleugels waren gereed in 1932.
Het laatste deel werd in 1957 geopend.
Het 22 meter lange schip is gebouwd met eikenhout.
Het aantal gaten voor de roeispanen geeft aan
dat het een schip was voor zo’n dertig bemanningsleden.
Het schip had geen zitplaatsen voor de roeiers.
De oeiers zaten waarschijnlijk op hun eigen houten scheepskist.
De roespanen konden worden ingenomen als men ging zeilen,
gebruik makend van een vierkant zeil.
Het roer is rechtsachter geplaatst, aan stuurboord.
Het Osebergschip is niet zo stevig van bouw als het Gokstadschip.
Slechts twee planken van de wand steken boven de waterlijn uit.
Waarschijnlijk was het een koninklijk pleziervaartuig
dat werd gebruikt voor korte afstanden op rustig water.


Foto gemaakt vanaf de speciale balkons die in het museum zijn aangebracht. Op deze manier kunnen de mensen ook de binnenkant van de schepen zien.


Wat een prachtig ranke vorm.


Deze foto (Photo Vaering) geeft een beeld van hoe dit schip werd gevonden en in 1904 en wat een enorm werk de opgraving, de conservering en de reconstructie is geweest.


Het roer.


De wanden. Iedere hogere plank begint aan de buitenkant van de plank eronder. Zo wordt het schip steeds breder.


Schip nummer twee: het Gokstadschip.


The Gokstad ship

The Gokstad ship was found in a large burial mound on the Gokstad farm in Vestfold and excavated in 1880. It was built around 890 AD and later used as a grave ship for a Viking chieftain. The body lay in a grave chamber built of horizontal timber logs (displayed in the Tune Wing).The Gokstad ship burial was plundered by grave robbers in ancient times who probably removed all objects of gold or silver. Some of the remaining Gokstad finds are on display in the Finds Wing.The Gokstad ship is 24 meters long with room for 32 oarsmen. It is the largest of the Viking ships on display and also the most robust. Compared with the Oseberg ship, we can see that the keel and the keelson are larger and more solidly constructed, the side planking higher, and that, when sailing, the oar holes could be closed and sealed using wooden flaps.During excavation the archaeologists found the remains of 64 shields which had been attached to the outside railings.While the Oseberg ship was a luxury, pleasure craft, the Gokstad ship was a sturdy and practical vessel, capable of sailing the high seas.

Nederlandse vertaling.
Het Gokstadschip

Het Gokstadschip is gevonden in een grote grafheuvel
op de Gokstadboerderij in Vestfold en is opgegraven in 1880.
Het schip is rond 890 na Christus gebouwd
en later gebruikt als grafschip voor een Vikinghoofdman.
Zijn lichaam lag in een grafkamer gebouwd met
horizontale houten balken (de grafkamer is te zien in de Tune Vleugel).
Het Gokstadschip is geplunderd door grafschenners
die waarschijnlijk alle voorwerpen van goud en zilver hebben verwijderd.
Dit is eeuwen geleden gebeurd.
De vondsten van het Gokstadschip zijn te zien in de Afdeling vondsten.
Het Gokstadschip is 24 meter lang met ruimte voor 32 roeiers.
Het is het grootste en meest robuuste schip dat hier te zien is.
Vergeleken met het Osebergschip, kun je zien dat de kiel
en de mastvoet groter en steviger zijn geconstrueerd.
(ik heb een hele tijd gezocht naar de vertaling van ‘keelson’.
In de Engelse toelichting op de term wordt er gesproken
van een versteviging op de kiel in de lengte van het schip.
Op de foto’s is op de kiel, in de lengte van het schip,
een groot stuk hout te zien dat als voet voor de mast dient.
Toen ik zocht op de term mastvoet leek me dat dit een ‘keelson’ is.)
De zijplanken, als verlengde van de scheepswand zijn hoger,
en de gaten van de roeispanen konden worden afgesloten
tijdens het zeilen.
Tijdens de opgraving werden resten gevonden
van 64 schilden die aan de buitenkant van reling
(de leuning aan de bovenkant van de verschansing op een schip)
konden worden bevestigd.
Terwijl het Osebergschip duidelijk een luxueus, pleziervaartuig was,
is het Gokstadschip een stevig en praktisch schip
dat op de open zee kon varen.


Fotograferen in het geheel witte gebouw is niet eenvoudig. Vooral omdat de schepen pikzwart zijn.


De mastvoet (keelson) en restant van de mast. Ook de hogere opstaande rand met de roeispaangaten (en hun afsluiting) zijn goed te zien


Balkon. De balkons zijn aangebracht waar de vier vleugels van het museum bij elkaar komen.


Vanaf het balkon en door het ‘trappenhuis’.


Schip nummer drie: het Tuneschip.


The Tune Ship.

The Tune ship was found in a large burial mound on the Haugen farm in Ostfold, and excavated in 1867. The Tune ship dates from about the same time as the Gokstad ship (ca 900 AD), and also contains the remains of a man of high rank. This chieftain had been placed in a wooden burial chamber built on board the ship, but his grave gifts have not survived due to poor preservation conditions. The ship itself is severely damaged, but the illustration shows how it may have looked.

Nederlandse vertaling:
Het Tuneschip.
Het Tuneschip is gevonden in een grote grafheuvel
op de Haugenboerderij in Ostfold en opgegraven in 1867.
Het schip dateert ongeveer uit dezelfde tijd
als het Gokstadschip: 900 na Christus.
Het bevatte het lichaam van een hoog geplaatst persoon.
Het lichaam van deze hoofdman was geplaatst in een grafkamer
die op het schip gebouwd was.
De grafgiften hebben het niet overleefd
door de slechte conserveringsomstandigheden.
Het schip was zwaar beschadigd maar hier wordt getoond
hoe het er uit gezien kan hebben.


Door de slechte staat is het wel mogelijk de constructie beter te bekijken.


Tentvormige begrafeniskamer van het Gokstadschip.

The Gokstad burial chamber and tent.

Each of the three Viking ships had a wooden burial chamber that had been raised on deck behind the mast. They were all tent-like structures, probably designed to resemble the tents used on land. Real tents were also found aboard the ships. A pair of tent poles may be seen here on the wall, another pair is displayed in the Finds Wing.

De grafkamer van het Gokstadschip en de tent.
Elk van de drie Vikingschepen had een houten grafkamer
die op het dek, achter de mast was geplaatst.
Het waren constructies die doen denken aan een tent.
Waarschijnlijk ontworpen als nabootsing van de tenten
zoals die aan land werden gebruikt.
Op de schepen zijn ook echte tenten gevonden.
Een paar tentstokken zijn hier aan de muur bevestigd,
een ander paar kan men zien in de Afdeling vondsten.
De volgende twee voorwerpen zijn niet op mijn foto’s te zien.

The Gokstad small boats.

The three small boats found in the Gokstad ship were all broken to pieces, probably in connection with the burial ceremony. It was possible to reassemble two of the boats which were constructed in the same manner as the large ships. They closely resemble boats still used in western and northern Norway, and bear witness to Norways long boat building traditions.

De Gokstadboten.
Drie kleine boten zijn gevonden aan boord van het Gokstadschip.
Ze waren alle drie in stukken gebroken.
Waarschijnlijk is dit gebeurd als onderdeel van de begrafenisceremonie.
Twee van de boten konden worden gereconstrueerd.
Ze zijn gemaakt op dezelfde manier als de grote schepen.
Ze lijken sterk op de boten die ook vandaag nog
in het westen en noorden van Noorwegen worden gebruikt
en tonen de lange traditie van de Noorse scheepsbouw aan.

The Oseberg wooden container.

The large wooden container, one of several from the Oseberg ship burial, may have been used to preserve food or for brewing beer.

De Oseberg houten container.
De grote houten container, een van vele van het Osebergschip,
werd waarschijnlijk gebruikt om etenswaar te bewaren of bier te brouwen.


De constructie wordt zichtbaar in het Tuneschip. Op de muur achter, een paar tentstokken.


Ook hier is de mastvoet of keelson goed te zien.


 

The cart of the Oseberg find is the only one of its kind from the Norwegian Viking Age. Finds of carts are rare, however bodies of carts are found in other burials in Scandinavia. It is therefore possible that both carts and roads were common in towns. Images on the textiles from the Oseberg find indicate that carts were also used in processions in religious contexts.The body of the car is made of oak, the boards joined as in a boat. The cart has two shafts of ash (Es) with a short iron chain joining them at the end. The cart was likely drawn by two horses, one on each side of the shafts (dissel).The cart has intricate carvings. On one of the sides, as scene depicts a horseman, a dog, a man and a woman. At the cart bodyxe2x80x99s front end a man lies on his back, attacked by serpents. The supports cradling the body of the cart terminate in carved images of menxe2x80x99s heads.

Nederlandse vertaling:
De kar uit de Osebergvondst is enig in zijn soort
uit het Noorweegse Vikingtijdperk.
Vondsten van karren zijn zeldzaam maar bovenstellen van karren
zijn gevonden in andere graven in Scandinavie.
Het is daarom mogelijk dat karren en wegen
een normaal onderdeel waren van een stad.
Afbeeldingen op het textiel van de Osebergvondst
zijn een indicatie dat karren ook gebruikt werden
in religieuze processies.
Het bovenstel van de kar is gemaakt van eikenhout,
de opstaande planken zijn op dezelfde manier bevestigd
als op de schepen.
De kar heeft twee trekbomen (disselbomen, lamoen)
gemaakt van essenhout met een korte ijzeren ketting
die de uiteinden bij elkaar houdt.
De kar werd waarschijnlijk getrokken door twee paarden,
een aan elke kant van de dissel.
De kar is rijk versierd met houtsnijwerk.
Aan een kant wordt een scene getoond van een ruiter,
een hond, een man en een vrouw.
Aan de voorkant van het bovenstel ligt een man op zijn rug
terwijl hij wordt aangevallen door slangen.
Het onderstel eindigt in uitgesneden voorstellingen van mannenhoofden.


Houtsnijwerk.


De achterzijde van de kar.


Beeld van de hele kar.


Tweede poging.


Detail van het houtsnijwerk.


Het wiel.



Dierenkop van een van de slee-dissels.


Een van de sleeen gevonden op het Osebergschip.


Menselijke koppen, houtsnijwerk aan het uiteinde van het onderstel van een van de sleeen.

After some years as a sea-going vessel the Oseberg ship was finally laid to rest as a grave ship for a wealthy woman of high ranking. This woman received grave gifts for her journey in the realm of the dead, which included three highly decorated sleds and one sled of simpler design (not displayed).

The three highly decorated sleds were constructed in the same way: a separate upper frame was originally tied to the chassis with rope. The corner posts, shaped as animal heads, bind the sides of the frame. A detachable pole allowed the sled to be drawn by two horses. The sleds represent the work of several woodcarvers. Carved animal forms are combined with geometric patterns. The design is further emphasized with paint, tinned iron nails, and nails of silver and brass. On two of the sleds sacrificial runners protected the finely carved set, showing that the sleds were in regular use.This sled was found mid-ship in front of the grave chamber. The design on the runners was painted in dark colours in contrast with the lighter shade of natural wood. The frame is older than the chassis. The sacrificial runners are made of oak.

Nederlandse vertaling:
Na jaren als zeewaardig schip te hebben gediend
werd het Osebergschip te rusten gelegd als een grafschip
voor een hoog geplaatste, rijke vrouw.
De vrouw kreeg grafgiften mee voor haar reis naar het dodenrijk.
Daaronder waren drie rijkversierde sleeenen een eenvoudige slee (hier niet getoond).
De drie rijk versierde sleeen zijn elk op dezelfde manier gemaakt:
een los bovendeel dat vastgebonden werd op het onderstel met touw.
De hoekpalen, versierd met dierenkoppen, houden het bovenstel bij elkaar.
Een afneembare dissel maakte het mogelijk
om de slee te trekken met twee paarden.
De sleeen zijn gemaakt door verschillende houtsnijders.
Dierlijke en geometrische motieven zijn gecombineerd.
Het ontwerp werd vervolmaakt met verf, vertinde nagels,
zilveren en bronzen nagels.
Op twee van de sleeen is het houtwerk beschermd door sierlopers
wat aangeeft dat de sleeen werkelijk zijn gebruikt.
De slee die hier wordt getoond is mid-schip gevonden,
voor de grafkamer.
De lopers zijn donker geverfd in contrast met de lichte,
natuurlijke kleur van het hout.
Het bovenstel is ouder dan het onderstel met de lopers.
De sierlopers zijn gemaakt van eikenhout.


Hier is te zien hoe een slee gevonden werd op het Osebergschip.

En zo ziet diezelfde slee eruit na reconstructie.


Versiering aan de sleedissel.


In the Oseberg ship three sled poles were recovered. These were, however, not found together with the sleds and likely do not belong to any of the sleds on display. The sled poles were originally a little over 2 meters long and were carved from a single piece of wood.The sled poles possess some of the finest carvings found in the Oseberg grave. Silver nails are used to accentuate the design.

Nederlandse vertaling:
In het Osebergschip zijn drie slee-dissels gevonden.
Ze zijn echter niet bij de sleeen gevonden
en behoren waarschijnlijk ook niet bij deze sleeen.
De dissels waren origineel langer dan 2 meter
en waren uit een (1) stuk hout gemaakt.
Ze bevatten het mooiste houtsnijwerk in de Osebergvondst.
Zilveren nagels zijn gebruikt om het ontwerp te accentueren.




Nog een laatste blik op het Osebergschip.


Noorwegen 08

Vigeland.


Wikipedia:
Gustav Vigeland werd geboren in Mandal in de provincie Vest-Agder en is een bekend Noors beeldhouwer. Hij kreeg in zijn jeugd een opleiding tot houtsnijder en volgde aansluitend een beeldhouwstudie bij Brynjulf Bergslien. Hij kreeg zijn eerste tentoonstelling in 1889 met het werk Hagar og Ismael (1889), sterk gexc3xafnspireerd door het neoclassicistische voorbeeld van Bertel Thorvaldsen. Vigeland volgde korte tijd avondklassen aan de Koninklijke Tekenacademie en werkte in 1890 in het atelier van de beeldhouwer Mathias Skeibrok.

Rond 1913 herzag Vigeland zijn stijl weer, minder detaillering en grotere volumes, onder invloed van de in heel Europa aan de gang zijnde veranderingen in de beeldhouwkunst. Bekend is dat Vigeland foto’s had aangeschaft van Henri Matisse’s sculpturen en in het kubisme gexc3xafnteresseerd was. Dit alles leidde rond 1913-1915 tot zijn wens alleen nog in een hardere steen, zoals graniet, te hakken. Een bekend voorbeeld is het beeld Piken pxc3xa5 reinsdyret (Meisje op een rendier, 1920).

In 1914 ontwierp hij een eerste plan voor een monumentaal werk in een park, een beeldenpark met meerdere beeldengroepen rond een fontein. Hij ging zijn werkwijze afstemmen op het ontwerpen voor de openbare ruimte. Zijn plan werd werkelijkheid met het Vigelandsanlegget.

Vigelands minst bekende werken zijn de constructies in smeedijzer, zoals de hekwerken voor het Vigeland Park…







Bovengenoemd park: Vigeland park of Vigelandsanlegget, is een van de haltes op de route. De beelden imponeren niet zo. Het park in zijn totaal wel. Dat is heel mooi aangelegd.







Na eerst een soort groot gazon gepasseerd te zijn kom je bij een soort brug aan. Op de balustrade staan veel beelden. Die beelden hebben bijna allemaal de mens als thema. Man en vrouw, Kind, Man en kind, Vrouw en Kind en alle andere varianten die je maar kunt bedenken. Allemaal blote mensen overigens.







Ik heb niet de braafste beelden uitgezocht.







Op de brug.







Het park is prachtig. Het was er die dag erg druk maar ga even van de centrale as van het complex af en je ziet de inwoners van de stad Oslo er rustig zonnen of de hond uitlaten.














De centrale fontein.







Omringd door mensfiguren.







Hoogste punt is een enorme schaal gedragen door menselijke figuren.







Een meeuw ging er even rusten en drinken.







Licht en donker in het park.







Naast al de gegoten beelden ook granieten werken met in het midden deze pilaar.







Het fotografeert wel eenvoudig.







Dichtbij en ver.





















Het Vigeland smeedwerk.







Achter de granieten pilaar bevindt zich nog een segment van het park waar dit beeld centraal staat.







Van dichtbij.







Nog meer smeedwerk.







De brug die niet echt een brug is al loopt er schijnbaar water onder door.







Volgens de toeristische gidsen is dit het ‘beroemdste werk’ van Gustav Vigeland. Ik vrees dat het vooral bekend in Oslo is.






Noorwegen 07

Achter het stadhuis in Oslo komen alle Hop-on / Hop-off bussen langs,
sterker nog het is de vertrekplaats van de routes.
Volgens mij hebben de bussen allemaal dezelfde route
en in het geval van Oslo is dit wel een eenvoudige manier
om ook het museum (schier) eiland Bygdoy (Bygd√ły) te bezoeken.
Maar voor ik in de bus stap ga ik eerst het stadhuis bekijken.


Het stadhuis met de grote torens vanaf de stad gezien. In volgende blogs zal dit gebouw ook vanaf de haven te zien zijn. Dat is zoals je meestal de foto’s ziet.Loop je vanaf de stadkant naar het stadhuis dan zie je aan beide zijdes een galerij met pilaren.In die open ruimte hangen tegen de wand grote houtsnijwerken in verschillende kleuren die vele thema’s behandelen.


De Valkyries, walkuren of in mijn vertaling zwaanmeisjes.

De zwaanmeisjes. De drie “Valkyries” (zij die de strijders kiezen die zullen sterven in het gevecht), half spiritueel, half aards, komen als zwanen aanvliegen om dan te veranderen in drie prachtige maagden. Alrund, Svankit en Alvit. Wikipedia: De Walkuren (Oudnoords valkyrjar) zijn strijdgodinnen uit de Noordse mythologie. Oorspronkelijk waren het grimmige doods- en oorlogsgodinnen, die op de rug van hellehonden de slagvelden afstroopten op zoek naar gevelde (gevallen) helden (walkure komt van Oudgermaanse equivalenten voor gevallene + kiezen) die voor Odin dienst konden doen voor de eindstrijd tijdens Ragnarok. Uiteindelijk evolueerden zij in de populaire cultuur van lelijke heksen vooral tot schone maagden. Ze waren de diensters of dochters van Odin en droegen mooie harnassen met helmen en speren en zaten op paarden met vleugels. Drie broers vinden deze vrouwen op het strand, nemen hen mee en trouwen met hen. De smid Volund trouwt met Alvin. Na zeven jaar vertrekken de zwaanmeisjes weer. Volund blijft thuis op de terugkeer van zijn vrouw wachten terwijl zijn broers op zoek gaan naar hun vrouwen. Zowel de Valkyries, walkuren als Volund zijn belangrijke figuren in de Noorse en Germaanse mythologie.


De enorme hal in het Stadhuis met even zo grote muurschilderingen.


Aan de kant van de haven heb je een mooi uitzicht.


Deuren, hun versiering, beslag of beschildering, trekken altijd mijn aandacht. Hier de deuren in het Stadhuis.


Statie (?) portret van de Noorse koningin Sonja (?). In ieder geval niet stoffig en te traditioneel


Statie (?) portret van de Noorse koning Harald V (?).



Detail uit de grote hal.


Soort ‘tree of life’ motief uit een van de kleinere zalen.


Het nijvere volk?.


De eerste Edvard Munch die ik tijdens dit bezoek zag.


Noorwegen 05

26/06/2010
Op zaterdag heb ik tijd voor mezelf in Noorwegen.
Hoef ik niet te werken (althans niet de hele dag).
Ik ga met de bus van het hotel naar het busstation in Oslo.
Gaat snel. Binnen zo’n 30 minuten ben ik in de stad.
Vanaf het busstation loop ik de stad in.
Je kunt ook met de metro als je al precies weet waar je naar toe wil,
maar ik wil eerst gevoel krijgen voor de afstanden en de plattegrond van de stad.
Vanuit het busstation loop je via een loopbrug over de weg
naar het trottoir op zeeniveau.
Een van de eerste opvallende gebouwen is de torenspits
van de Domkerk van Oslo.
Die bezoek ik dan ook als eerste.


Buskaartje in de ochtend, 50 kronen zijn ongeveer 6,20 Euro.


De opvallende torenspits van de Domkerk.


Het typische interieur: sober.


Plafondschildering van de Heilige Drieeenheid.


Hier in close-up, Jezus staand in het doopwater, de Heilige Geest zweeft boven het tafereel en een van de handen van God de Vader is hier links te zien. Typische kleurgebruik dat ik nog vaak zal tegenkomen deze zaterdag en zondag.


Het laatste avondmaal als beeldengroep. Zie je niet zo vaak.


Met papieren voorbeden?


Glas-in-lood raam met Jezus en de geldwisselaars in de tempel.


Nogal druk hoofdaltaar, helaas is de foto een beetje bewogen.


Noorwegen 03

24/06/2010

Volgens mij is het gewoon niet donker geweest.
Vreemde gewaarwording.
Of je een jetlag hebt.
De zon is weg maar de lucht is toch verlicht.
Zelfs vannacht om 04:00 uur toen ik even
door de gordijnen naar buiten keek,
was het niet echt donker.
Zo noordelijk ben ik nou toch ook weer niet?

Ik zit buiten het hotel nog even te lezen.
Het is bewolkt maar de temperatuur is aangenaam fris.
Alleen wordt ik hier belaagd door muggen.
Het is hier trouwens erg groen.
Veel, heel veel bomen.
Mijn bevindingen zijn open deuren misschien maar
dat krijg je al gauw als je voor het eerst in een ander land bent.

Ik heb net gehoord dat er op Wimbledon records gebroken worden:
11 uur voor een partij en een onwerkelijk hoge uitslag
voor de laatste set:68 xe2x80x93 70, gewonnen door John Isner.
Federer is door, moeizaam maar toch.
Het Nederlands elftal is nu ongeveer begonnen.
Het is 19:45 uur en ik heb net mijn eten besteld.
Helaas heb ik hier alleen maar Scandinavische zenders.
Internet is de enige bron van informatie,
maar daar was vandaag geen tijd voor.

Ik heb op Schiphol het blad Metropolis gekocht.
Een blad over hedendaagse kunst.
Niet verkeerd.
Veel aankondigingen van tentoonstellingen.
Ook van Lokaal01 in Breda en Parkplatz (parkeerterrein de Vlaszak).
De artikelen ga ik nu lezen maar ik zag al wel
een artikel van Christophe Van Eecke.
Die is ook betrokken bij Lokaal01.
Als een soort huisfilosoof.
Ik ben benieuwd.

Er staat een leuk stuk in over kunst inde openbare ruimte.
Lieven de Boeck heeft geprobeerd om een klein stukje grond
op de Zuidas van Amsterdam in eigendom te krijgen.
0,44 m2 om precies te zijn.
Dit project schijnt uiteindelijk niet gerealiseerd te zijn
doordat het xe2x80x98slechts een bereik had tot een beperkt publiekxe2x80x99.
Terwijl kunst, volgens de projectontwikkelaars, in de publieke ruimte
een breed publiek dient te bereiken en laagdrempelig toegankelijk moet zijn.

Ik kijk naar het doelpunt van Japan tegen Denemarken (of omgekeerd).
In de verte hangt een televisiescherm
waar de ober recht voor zit.
Naast mij zit er nog een gast in de bar.
De bal komt van ver,
een dood spelmoment.
De bal gaat in een keer de goal in.
Grappig is dat in het zijnet een handdoek hangt.
Het lijkt wel of de Japanner de handdoek als doelwit heeft gebruikt.
De bal raakt de handdoek bijna.
En, oh ja, de handdoek was wit.

Noorwegen 02

23/06/2010

Ik ben op Schiphol, onderweg naar Oslo.
Nou ja, eigenlijk naar een plaats die ik amper kan uitspreken.
Een plaats in de buurt van Oslo.
Schiphol wordt vandaag bezocht door grofweg drie groepen mensen:
1. vakantiegangers die of op weg gaan
(xe2x80x9cDoe maar een Heineken, de vakantie is begonnen!xe2x80x9d)
of naar huis gaan.
Ik hoor nogal wat talen om me heen
waarvan ik aanneem dat het om een Scandinavische taal gaat.
2. zakenmensen.
In kostuum (meestal) met een laptop al dan niet in een trolly-vorm.
3. voetbalfans uit beide hierboven genoemde groepen.

Ik ben begonnen, alweer, aan xe2x80x98Denken over kunst.
Prachtig boek.
Ik ben op pagina 66 en vind het al een hele tijd
jammer dat ik er geen samenvatting van maak.
Ik denk dat ik het boek maar koop,
dan kan ik tenminste in het boek schrijven en onderstrepen.











Het boek is beter dan dat van Ann Sheppard (Filosofie van de kunst).
Dat kan ook omdat het groter en dikker is
maar het is vooral gestructureerder.
En dat is hard nodig bij een dergelijk zweverig onderwerp
als de kunstfilosofie.

Als ik een samenvatting maak wordt ik door mezelf
gedwongen alles twee keer of meer te lezen.
En dat is geen slecht idee bij al deze wolligheid
waar je soms de indruk bij hebt dat er meer wordt verborgen dan verteld.
Soms omdat er niets te vertellen is of soms omdat
de mensen niet in staat zijn de concepten uit te leggen.
Dit soort boeken traint aanstaande kunstenaars
en curatoren om vage, voor veel mensen weinig zeggende verhalen te maken.
Het begin van de vorming van een culturele elite.
Dat is jammer er is zoveel aan / met / door / in kunst te genieten.
Daar zijn vage verhalen niet voor nodig.

Het is een prachtige avond hier in Noorwegen.
Vandaag viert men hier de langste dag van het jaar.

Paul Klee meets Pablo Ruiz Picasso

De tentoonstelling in Zentrum Paul Klee, in Bern,
heb ik helaas (nog) niet gezien.
Maar de afbeeldingen die ik er van zag zijn zeer veel belovend.
In tegenstelling tot vele musea heeft dit kunstcentrum
een groot aantal afbeeldingen en foto’s naar aanleiding
van deze tentoonstelling ter beschikking gesteld
aan de bezoekers van haar web site.
Afbeeldingen van een erg hoge kwaliteit.
Daar kun je wat mee.
De werken zullen in het echt vast nog mooier zijn
maar deze beelden zijn geweldig.

Het thema is vrouwen.






De poster van de tentoonstelling.







Niet alle werken hebben betrekking op vrouwen. Het merendeel wel. Pablo Ruiz Picasso, Arlequin assis sur fond rouge, 1905.



Pablo Ruiz Picasso, Arlequin assis sur fond rouge, 1905, detail. Om te laten zien wat de kwaliteit van de afbeeldingen is.







Paul Klee, Schauspieler, 1923.







Pablo Ruiz Picasso, La Buveuse assoupie, 1902.







Paul Klee, Verfluchende frau, 1939.







Pablo Ruiz Picasso, Femme assise, 1909..







Paul Klee, Ein weib fxc3xbcr Gxc3xb6tter, 1938.







Pablo Ruiz Picasso, Femme au chapeau bleu, 1938.



Pablo Ruiz Picasso, Femme au chapeau bleu, 1938, detail. De prachtige kleuren en de toets van de kwast







Paul Klee, Angstausbruch III, 1939.







Pablo Ruiz Picasso, La femme qui pleure, 1937.







Pablo Ruiz Picasso, Txc3xaate de femme (Marie-Thxc3xa9rxc3xa8se) en face et en profil, 1926.



Pablo Ruiz Picasso, Txc3xaate de femme (Marie-Thxc3xa9rxc3xa8se) en face et en profil, 1926, detail.







Paul Klee, Hommage xc3xa0 Picasso, 1914.



Paul Klee, Hommage xc3xa0 Picasso, 1914, detail.







Nog een derde kunstenaar: Alexej von Jawlensky, Kopf, 1917.







Pablo Ruiz Picasso, Femme dans un fauteuil, 1927.


Gewelding om al die verschillende stijlen te zien bij Picasso.




China reisverslag / travelogue 42

Er zijn veel dingen waar westerlingen aan moeten wennen in China.
Een van die dingen zijn de Chinese namen
en hun bloemrijke vertalingen.
In deze log gaat het onder andere over de Hal van de Keizerlijke Vrede.
En wat te denken van
De School voor het onderzoek van de cultivering van de natuur.
Hier kreeg The Last Emperor, Pu Yi, les van Sir Reginald Johnston.








Yang Xing Zhai
Study of the cultivation of nature

Built in the Ming Dynasty Yang Xing Zhai, a two-storied building in the form of a character, echoes with Jiang Xue Xuan (pavilion of crimson and white) in the form of another character.
This study has a secluded and beautiful surroundings, emperors Jiaqing and Daoguang of the Qing Dynasty came here vey often to have a rest or a read. It was also here that Sir Reginald Johnston, an English man, gave English lessons to the abdicated Emperor Pu Yi.


Yang Xing Zhai
Onderzoeksruimte voor de ontwikkeling van de natuur.

Dit gebouw met twee verdiepingen is gebouwd tijdens de Ming dynastie.
De vorm van het gebouw sluit perfect aan met dat van
Jiang Xue Xuan (Paviljoen van karmozijnrood en wit).
De plattegrond van beide gebouwen zijn in de vorm van een Chinees karakter.
Deze twee karakters passen precies in elkaar.
Deze school is in een prachtige omgeving gelegen
en keizers als Jiaqing en Daoguang van de Qing Dynastie
verbleven er graag om uit te rusten of te studeren.
Het was ook hier dat Sir Reginald Johnston les gaf
aan de laatste, inmiddels afgezette Keizer van China, Pu Yi.

De karakters waar het over gaat zijn de volgende:

Het karakter dat als plattegrond diende voor Yang Xing Zhai
staat voor het begrip hol of concaaf:


Het karakter van Jiang Xue Xuan staat voor convex, bol:


Nu maar eens het gebouw laten zien.






Een mooi gebouw, een beetje westers van ontwerp. Niet toegankelijk voor het publiek. Het ligt een beetje verhoogd dus binnenkijken was er ook niet bij.







Een beetje teruglopend in de tuin: Qian Qui Ting.







De top van Qian Qui Ting.






De Verboden Stad: 04/10/2009
Yang Xing Zhai/Qin An Dian.










Qin An Dian
Hall of Imperial Peace

Located on the central axis of the Forbidden City, this hall is a major building in the imperial garden. It was first constructed in 1535 during the Ming Dynasty and is encirceled by a wall. This hall is five bays wide and three bays deep. Itxe2x80x99s roof is covered with yellow glazed tiles and is decorated with carved overhanging eaves and a gold-plated knob in the middle. In the center of the courtyard wall there is a gate named Tian Yi Men (One Heavenly Gate). Inside the gate is a cypress with entwined branches. The glazed pavilion in the east of the courtyard was where silk was burnt during sacrificial rites.
In the Ming and Qing Dynasties, the hall enshrined the statue of Water God Zhenwu, one of the Taoist deities. During the Qing Dynasty, every New Year an altar would be set up within Tian Yi Men (One Heavenly Gate) for the emperor to burn incense and pay homage to the gods. During festivals, Taoist rituals were performed in this hall.



Qin An Dian
Hal van de Keizerlijke Vrede

Dit is een belangrijk gebouw in de keizerlijke tuin
en is daarom gelegen op de centrale as van de Verboden Stad.
De oudste versie dateert uit 1535 en is omgeven door een muur.
Het dak ik bedekt met gele, geglazuurde dakpannen en
heeft een vergulde knop in het midden.
In het midden van de muur rond het hofje dat bij het gebouw hoort
is een poort: Tian Yi Men (Eerste hemelpoort).
Achter de poort is een cipres met takken die zich
met elkaar vergroeid hebben.
Tijdens de Ming en Qing dynastiexc3xabn was de hal het huis van een beeld
van de watergod Zhenwu, een van de Taoxc3xafstische goden.
Gedurende de Qing dynastie werd ieder Nieuwjaar een altaar opgericht
in de poort zodat de keizer er wierrook kon branden
en er de goden kon aanbidden.
Ook tijdens festivals werden hier Taoxc3xafstische rituelen uitgevoerd.





Wierrookbrander.







Qin An Dian, was op deze dag niet toegankelijk voor publiek.







De prachtige dakversiering.






China reisverslag / travelogue 41

De Verboden Stad: 04/10/2009
Qian Qiu Ting (Thousand year pavilion).


De dag in de Verboden Stad in Beijing was erg intensief.
Ik heb er al heel wat maanden plezier van.
Iedere keer als ik werk aan een log over weer een stukje
van de Forbidden City, geniet ik weer.
Het was er prachtig, mooi weer en er was zoveel te zien.
Veel te veel om allemaal in 1 dag te zien.
Dit is de 41ste log.
In het begin heb ik er ook een aantal geschreven over de Chinese Muur,
de Minggraven en Tiananmen Square.
Maar het zijn er al heel wat die over de Verboden Stad gaan.
En na de volgende log bereik ik de achterzijde van de Verboden Stad.
Dan ben ik van Tiananmen naar de achterzijde gelopen
en heb daarvan hier verslag gedaan.
Ik beloof je dat de weg terug sneller zal gaan.

Ik ben in de Keizerlijke tuin aangekomen.
Daar gaat dit log over.





Qian Qui Ting.







Detail van het dak met kunstig houtsnijwerk op het einde van de grote balken, een wolkenbeschildering op de balken zelf, ‘ogen’ aan het eind van de kleine ronde balken en versierde uiteinden van de dakpannen.









Qian Qui Ting
Thousand year pavilion


Constructed in the Ming Dynasty, this pavilion has a round upper part and a square lower part with verandas on all four sides. In the shape of a cross, the pavilion has carved overhanging eaves and multiple angles with the same shape and structure as Wang Chun Ting (Pavilion of Ten Thousand Spring Seasons) in the Imperial Garden.
During the Ming and Qing Dynasties, Buddhist statues were enshrined in the pavilion, as well as the spirit tablet of Emperor Tongzhi. This pavilion is located in the west, which according to Chinese tradition symbolizes autumn.

Wikipedia:
A spirit tablet, spirit seat or ancestor post is a placard used to designate the seat of a deity or past ancestor as well as to enclose it. With origins in traditional Chinese culture, the spirit tablet is a common sight in many East Asian countries where any form of ancestor veneration is practiced.


Qian Qui Ting
Thousand year pavilion

Gebouwd in de Ming dynastie.
Het paviljoen heeft een ronde bovenhelft
terwijl de onderste helft vierkant is.
Aan alle vier de zijdes zijn verandaxe2x80x99s aangebracht.
In de vorm van een kruis heeft het overhangende daken
met meerdere hoeken.
Het gebouw heeft dezelfde vorm en structuur
als Wang Chun Ting (Pavilion of Ten Thousand Spring Seasons,
Paviljoen van tienduizend lentes).
Tijdens de Ming en Qing dynastiexc3xabn stonden er
boeddhistische beelden en voorouderplaquettes
zoals die van Keizer Tongzhi.
Het paviljoen ligt in het westen, in de Chinese traditie
het symbool voor de herfst.





Plafond van het paviljoen. Helaas is de foto bewogen maar het geeft toch wel een beetje een beeld van het interieur.







Detail van de zonwering in het paviljoen.







Nog een prachtig gebouw in de tuin.







Al die kleuren en verschillende materialen. Te veel om in een keer naar te kijken







Gebouw weerspiegelt in een vijver met goudvissen.







Detail.







De tuin is best groot maar niet heel ruim van opzet. Hij was vast ook niet bedoeld om heel veel mensen te ontvangen. Op 4 oktober 2009 was het er echter erg druk.







Qian Qui Ting.







Het bijzondere dak.






China reisverslag/travelogue 40



De Verboden Stad: 04/10/2009
Hall of State Unity (Ti Yuan Dian).



Ti Yuan Dian
(Hall of State Unity)

This hall was built on the site of the old rear hall of Tai Ji Dian (Hall of Great Supremacy) and Chang Chun Men (Gate of Eternal Spring) in 1859. To the North of this hall is the opera stage of Chang Chun Gong (Hall of Eternal Spring).
During the Qing Dynasty, it was the residence for Imperial Concubines. Empress Dowager Ci Xi once lived here.
In 1884 Ci Xi and the imperial concubines watched operas here for 15 days in celebration of het 50th birthday. xe2x80x9cTi Yuanxe2x80x9d means xe2x80x9cmanifesting the morals of heaven and earth.xe2x80x9d


Ti Yuan Dian
(Hal van de eenheid van de staat)

Deze hal is in 1859 gebouwd na de renovatie van Tai Ji Dian
(zie vorige blog in deze reeks).
Ten noorden van deze hal is het operagebouw.
Tijdens de Qing dynastie leefden hier de keizerlijke concubines.
Keizerin Ci Xi heeft hier gewoond.
In 1884 heeft Ci Xi, samen met de keizerlijke concubines,
gedurende 15 dagen operaxe2x80x99s bekeken.
Allemaal ter gelegenheid van haar vijftigste verjaardag.






Detail van een kamerscherm in Ti Yuan Dian. Links onder zijn twee paarden te zien.







De zon stond hoog die dag in oktober, het was een stralende dag. Een foto zonder bezoekers was dan ook niet eenvoudig te maken maar in dit kleine straatje lukte dat.







Interieur van het paleis van onder andere Ci Xi. Rechts het zwarte, houten kamerscherm waar ik al eerder een detail van toonde. Dit voormalige privepaleis is voor bezoekers alleen te zien door de ramen. Begrijpelijkerwijs zijn die vuil en de zon schittert er in. Wat je precies ziet was zo niet te achterhalen.







Vooruitblik op de gebouwen in de Keizerlijke tuin die zich ook binnen de muren van de Verboden Stad bevindt.







Blauwe dakpannen voor de verandering.







Schilderingen op de balken van het plafond/dak. Met een geometrisch perspectief.







Vogel in een versierd kader.







Detail van de vogel van de vorige foto.







Binnenplaats met de vele bezoekers.







Rijk versierde poort.







Detail van de poort, onder: geel en groene tegels, in het midden in de schaduw de houten sierconstructie, boven de versierde dakpannen.







Keramische poortversiering.







Dit soort tegeltableau’s vind ik prachtig. Hier met een draak.







Detail van voorgaande foto.







Tegeltableau met een vijver of sloot.







Zie eens hoe mooi de zwaantjes zijn die in de vijver zwemmen.






China reisverslag / travelogue 39




De Verboden Stad: 04/10/2009
Hall of Great Supremacy (Tai Ji Dian).










Tai Ji Dian
(Hall of Great Supremacy)

This building was first constructed in 1420
during the Ming Dynasty.
After renovation in 1859, it was linked with Chang Chun Gong
(Palace of Eternal Spring) and four courtyards were added.
Originally it was named Wei Yang Gong (endless Palace).
It was renamed Qi Xiang Gong (palace of the Auspicious Sign)
by Emperor Jiajing of the Ming Dynasty and his father
Prince Xian was born here.
It was named Tai Ji Dian in the late Qing Dynasty.
In 1596 during the Ming Dynasty, Qian Qing Gong
(Palace of Heavenly Purity)
and Kun Ning Gong (Hall of Earthly Tranquility)
were destroyed by fire.
Thereafter, Emperor Shenzong (Zhu Yijun) of the Ming Dynasty
lived in Tai Ji Dian for more than 10 years.
He was the only emperor of either Ming or Qing Dynasty
who lived and handled state affairs in this hall.
In the Qing Dynasty it was the residence for imperial concubines.
Before Emperor Pu Yi, the last emperor of the Qing Dynasty,
left the Imperial Palace,
Emperor Tongzhixe2x80x99s Concubine Yu lived here.
The words xe2x80x9cTai Jixe2x80x9d come from the Book of Changes
and mean universe.

Tai Ji Dian
(Hall of Great Supremacy)

Het gebouw is geconstrueerd in 1420.
In 1859 is het bij een renovatie verbonden met een ander paleis
en uitgebreid met vier hofjes.
In 1596 werden twee paleizen verwoest door brand en
als gevolg daarvan heeft Keizer Shenzong
hier meer dan 10 jaar gewoond.
Hij is de enige keizer die hier woonde
en de staatszaken vanuit hier afhandelden.
In the Qing dynastie woonden hier de keizerlijke concubines.
De woorden xe2x80x9cTai Jixe2x80x9d komen uit het Book of Changes
en betekenen xe2x80x9cUniversumxe2x80x9d.
Het Book of Changesxe2x80x9d is een klassiek Chinese tekst met orakel- en filosofische aspecten.
Oudste versies van deze tekst dateren uit 300 xe2x80x93 400 jaar voor Christus.

 





Houtsnede met vleermuis.







Vleermuis.







Vleermuizen tegen het plafond met het Fu-symbool.






China reisverslag / travelogue 38

Eenvoudiger wordt het niet.
De dag dat ik de Verboden Stad in Beijing bezocht is alweer
acht maanden geleden.
Tijdens de dag werd ik langzaam moe.
Er was zoveel te zien en ik had maar een dag.
Het weer was stralend en het was er erg druk vanwege de feestdagen.
Ik heb er enorm genoten, hopelijk laten de foto’s dat zien,
maar het was erg moeilijk me te blijven orienteren en concentreren.
Sommige van de foto’s die nu volgen vertonen dan ook wat minder
samenhang dan tot nog toe.

De volgende foto’s horen misschien niet allemaal bij elkaar.
Het begint met een van de hoofdstraten van de Forbidden City
gevolgd door onder andere wat foto’s van een groot tegeltableau.
Die tableau’s hangen meestal tegen de buitenmuren
van een hof waar een aantal paleizen en zalen bij elkaar uitkomen.
Misschien zijn deze foto’s dan ook niet van zomaar een straat
maar is het tegeltableau bij het paleis dat
Tai Ji Dian (Hall of Great Supremacy) heet.
Daarover een beetje meer in mijn volgende log over de Verboden Stad.





Zomaar een straat in de Verboden Stad.





De toegang naar een hof in de Verboden Stad is altijd via een poort.
Symmetry is erg belangrijk in de Chinese levensovertuiging.
Heel vaak staat een hal of paleis op een van de denkbeeldige assen
die door het complex lopen.
De toegang, de poort is daarmee in lijn gebracht.
Vaak is de toegangspoort recht tegenover de ingang van het
belangrijkste gebouw in het hofje.
Maar om zich te beschermen tegen kwade geesten, on hun geen vrije
toegang te verlenen, staat er achter de paart gelijk een soort
veiligheidsmuur.


Schematische weergave van zo’n hofje. De toegang tot het hof is aan de onderkant van het plaatje. Direct na de ingang staat een muur, een scherm. Pas daarachter komen de werkelijke gbouwen.

Die muur wordt vaak gebruikt om prachtig te versieren.
De volgende foto’s tonen een versiering van een buitenwand van een paleis.


Schildering (in restauratie ?).







Met veel voorkomende motieven: vleermuizen en wolken. Er staan ten minste 5 complete vleermuizen op deze foto.


De vijf vleermuizen zijn het symbool van de vijf aardse gelukzaligheden:
een lang leven;
rijkdom;
gezondheid;
deugdzaamheid en….
een natuurlijke dood.





In de hoeken een heel ander insekt.







Tegeltableau. Draken in de wolken, Dragon in the clouds.







Tegeltableau centraal op de muur met prachtige afwerking in de hoeken en een mooie dakpartij.







Drakenkop (detail van het tegeltableau).





Kijken zonder kaders

Dat is de intrigerende titel van de bijeenkomst
van afgelopen zondag in het Valkhof in Nijmegen.

De bijeenkomst werd gehouden in een samenwerkingsverband
van het Soeterbeeck programma en het museum Valkhof.

Over het Soeterbeeck Programma


Is er verschil tussen mens en dier? Waarin onderscheiden populisten zich van traditionele politici? Kunnen het jodendom, het christendom en de islam vreedzaam naast elkaar bestaan? Zijn hoge en lage cultuur met elkaar te verbinden?

Filosofische, politieke en levensbeschouwelijke vragen als deze komen aan bod tijdens de lezingen, debatten en symposia van het Soeterbeeck Programma van de Radboud Universiteit Nijmegen: een toegankelijk programma op academisch niveau.



Het programma was als volgt:
1. bezoek de tentoonstelling The Valkhof Experience;
2. een inleiding op het concept achter de tentoonstelling

door Frank van de Schoor;


3. lezing over de rol van nieuwe media in de tentoonstellingspraktijk

door Dr. Martijn Stevens;


4. lezing ‘Loenzen in het Valkhof’, de filosofie van het kijken

door Dr. Gert-Jan van der Heijden;


5. lezing over de hedendaagse kunstwereld

door Frank van de Schoor.



De twee lezingen door de universitaire docenten waren goed voorbereid.
Leuk en aangenaamd te volgen. Geen droge stof.
Maar zeker niet oppervlakkig.
De inleiding en lezing van de hoofd collecties en conservator
moderne kunst van het museum het Valkhof was zeer geinformeerd
en gepassioneerd.

Ik kom zeker nog eens inhoudelijk terug op de lezing van
Gert-Jan van der Heijden, maar nu wil ik nog even stilstaan
bij een prachtig werk dat zo mooi aansluit bij het thema:
Kijken zonder kaders





Teun Hocks, Zonder titel, 2000.





Dit werk van Teun Hocks hing samen met een video tegen een grote muur.
De video toont ‘Het mannetje’ die in een soort van museum loopt
langs een rij schilderijen.
Een van de schilderijen, zo te zien een landschap,
trekt zijn aandacht nog meer dan de andere werken.
Hij loopt nog eens terug en plots krijgt hij een inval.
Hij loopt (uit het beeld) weg en komt terug met een mooie,
klassieke stoel.
Die plaatst hij voor het schilderij en gaat er zelf op staan.
Vervolgens bekijkt hij het schilderij van dichtbij en
gaat zelfs met zijn hoofd het schilderij in.

Hij kijkt niet met kaders, hij doorbreekt het kader.

Leuk in dit verband is de titel.
Vaak geeft een titel een extra kader aan een werk
in de zin dat het een richting geeft waar je
het achterliggend idee van het werk moet zeken.
‘Zonder titel’ is dus een soort ‘zonder kader’.